dinsdag

20 maart 1963

Voorlopig blijft Nederland verschoont van commerciële televisie. Een ruime meerderheid in de kamer - grote delen van de fracties van PvdA, KVP, een deel van de fractie van de CHU en de fracties van CPN en PSP - is er tegen. Dat betekent echter niet dat er geen reclame op de tv komt.
Het draait allemaal om de komst van een tweede televisienet en dan vooral om de vraag wie dat zal betalen. Als een commerciële organi-satie dit net mag uitbaten dan kost het belastingbetaler - i.c. de kijkgeldbetaler - niets. Maar die wordt dan wel overstelpt met te pas en te onpas aangeboden reclamefilmpjes. Je begrijpt dat de VVD voor een dergelijk model is. Zij verwachten zelfs dat de invloed ervan bevruchtend zal zijn voor de omroepverenigingen.
De regering voert als belangrijkste argument voor commerciële tv aan dat men in het buitenland ook tv op dergelijke grondslag heeft. Ze zegt er niet bij dat dat in Frankrijk, Zwitserland, België, Denemar-ken, Noorwegen en Zweden niet het geval is, noch dat het in Engeland bepaald geen succes is.
Waarschijnlijk dient het hele gedoe ertoe om te maskeren dat men, zogezegd via de achterdeur, beperkte reclame gaat invoeren: de om-roepverenigingen hebben dan de beschikking over het tweede net en dat wordt voor een deel gefinancierd uit reclameblokken tussen de programma’s. Dat is echt politiek!

1 opmerking:

Gelkinghe zei

TV-reclame was er in Nederland pas vanaf 1 januari 1967. Een Rotterdamse televisiekijker spande een paar maanden later een proces aan tegen de minister van CRM, omdat hij de TV-reclame als huisvredebreuk beschouwde. "Het omdraaien van de knoppen als men iets niet wil zien gaat niet op", vond de man. "Het in- en uitschakelen van een tv-toestel bevordert de slijtage enorm. Niemand kan dat dus van de bezitter eisen." Wat hij wilde is dat de STER een apparaatje zou verstrekken dat de reclame wegdrukte.

zie:
http://gelkinghe.web-log.nl/gelkinghe/2008/11/1967-i.html