Posts tonen met het label Nozems. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nozems. Alle posts tonen

donderdag

15 september 1961

Ook de jeugd wordt mondiger. Natuurlijk was ze altijd al rebels, maar de energie die daarvoor nodig is werd er vroeger in de fabriek wel uitgewerkt. En dat geldt niet alleen voor de jeugd, maar voor alle onderdrukten. Bezinning is pas mogelijk als men de tijd en de puf heeft om na te denken over de dingen die zo vanzelfsprekend lijken. Over het leven van alledag.
De jongeren hebben geen zin meer in de oude voorgekookte model-letjes van werk en gezin. Ze willen wat van het leven genieten voor het te laat is. In hun commentaren op de werkelijkheid blijkt altijd weer dat de atoombom hun een visie op het bestaan geeft die verhin-dert dat ze zich zorgen maken over de toekomst: ze willen nu van het leven genieten.
Dat mag natuurlijk niet.
In Winschoten probeert men de nozems in goede banen te leiden door hen te lijmen. De Gereformeerde Jeugdzorg heeft het rabbinaat-huis van de oude synagoge aan de Bosstraat omgebouwd tot een op-vangpand voor de jeugd. De Winschoter Courant noemt Ons Honk, zoals de voorziening heet, een "verrijking voor Winschoten". Dat is nog maar even afwachten.
De praatjes bij de opening van Ons Honk waren als vanouds stich-telijk, de cadeaus kneuterig. Voorbeelden? Dominee Verburg opende de bijeenkomst met de lezing van Markus 12:28 v.v. en gebed, Romijn sprak uit dat het werk van de stichting geschiedt tegen een achtergrond van verdieping, beïnvloeding en vorming, dominee Van Krimpen was blij dat de overheid dit soort projecten financierde, maar de uitvoering ervan aan levensbeschouwelijke organen over-liet. De cadeaus: een sjoelbak van Pro Juventute, de Stichting Gere-formeerde Sociale Zorg in Groningen kwam met een tafeltennisspel, de Centrale Evangelische Commissie offreerde een Bijbel, de aanne-mers die de verbouwing hadden verzorgd, zorgden voor een klok. Zodat iedereen toch wel op tijd naar huis gaat.
Het enig echt nuttige cadeau waren de twee enveloppen met inhoud van de Classis Winschoten en van de Zustervereniging Het Schienvat uit Finsterwolde.
Een voorspellend woord tenslotte kwam van dominee Reeskamp. Hij wist uit ervaring dat het begin van Ons Honk moeizaam zou kunnen zijn: veel zorgen, weinig jeugd. Het zou mij niet verbazen dat veel jeugd ook veel zorgen kan betekenen. De tijd dat jongens en meisjes zich alle kanten lieten opsturen is voorbij. Ze zijn heus niet meer geïnteresseerd in verdieping en hebben weinig behoefte om zich te laten vormen. Ze hebben een eigen mening en dat zal de Stichting Gereformeerde Jeugdzorg nog wel merken. We gaan nieuwe tijden tegemoet.

dinsdag

18 maart 1961

Nozems. Ze duiken overal op en de sociologen hebben er zich en masse op gestort. Het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Weten-schappen heeft een conferentie gewijd aan deze onbewuste revolu-tionairen.
Mr. dr. P.H. de Vries, secretaris van de Stichting Evangelisch Herstel en Opbouw, heeft op die conferentie weer eens laten zien waar het in Nederland allemaal om draait: de middelmaat. De nozem verdomt om aan dat spel mee te doen. Hij geeft zijn geld uit voor zijn of haar eigen genoegen (er zijn ook meisjes-nozems): kleding, motoren (zul-len wel brommers zijn), de kapper wordt door een deel van de meis-jes twee keer per week bezocht. Dat laatste geldt natuurlijk alleen voor de werkende jeugd (ze geven dus hun eigen geld uit), maar ook de jongens en meisjes die nog op school zitten geven hun zakgeld uit aan kleding en brommers.
Gelukkig, ik parafraseer nog steeds, zijn er twee soorten nozems: de weekendnozem en de ook-door-de-week-nozem. De eerste is in prin-cipe een keurig mens, maar op zaterdagavond verandert hij of zij in een nozem. Op zondagmorgen is dat echter weer voorbij. Met die kinderen zal het wel goed komen. De full-time nozems zijn echter andere koek: zij lopen ook door de week in opvallende kleding en zullen zich tot criminelen ontwikkelen. Het zijn "jongens van de vlak-te". Ze zijn afkomstig uit de ongeschoolde arbeidersklasse. Volgens mr. dr. De Vries zijn deze nozems niet in staat tot abstract denken, niet tot rederen, ja soms zelfs helemaal niet tot enige vorm van denk-arbeid. Men heeft ze op school met veel moeite rekenen, lezen en schrijven geleerd, maar het niveau van het denken hebben ze niet bereikt. Exacte kennis hebben nozems al helemaal niet. Kortom: een soort Neanderthalers.
Na deze zogenaamde beschrijving komt De Vries met een hele serie verwijten die mijns inziens een veel betere beschrijving van het fenomeen vormen. Nozems zijn nihilistisch, anti-clericaal, hebben een gebrek aan manieren, smaak en persoonlijkheid en hangen geen enkele ideologie of religieuze overtuiging aan. Daardoor assimileren ze niet en blijven ze buiten de maatschappij staan.
Vanuit die positie, dat is mijn analyse, hebben ze een visie op de samenleving die de waarheid na aan de huid ligt. De economie wil hen niet, dus hoeven ze de economie niet. De voortdurende dreiging van een atoomoorlog geeft hen de gedachte dat het er allemaal niet zo-veel toe doet. Een nozem protesteert door zijn of haar gedrag, kle-ding en gewoonten tegen een maatschappij die niets te bieden heeft. Daar helpen ook mooie praatjes over de rol van ouders, opvoeders, clubhuizen en over het brengen van offers echt niet tegen.