donderdag

2 mei 1952

Op het Zuiderveen zijn ze aan het boren. Er staat een grote boor-toren, maar tot nu toe wist niemand wat er eigenlijk gezocht werd. In de krant stond daar nu een stuk over.
Ik begrijp eruit dat men eigenlijk in het wilde weg aan het zoeken is en hoopt te stoten op een van de volgende stoffen: aardolie, aardgas, zout of anhydriet. Dat laatste kan gebruikt worden als grondstof voor zwavelzuur, cement en kunstmest.
Waar Winschoten nu ligt waren 200 miljoen jaar geleden (je moet niet in de Bijbel geloven voor dit soort onderzoek) ondiepe binnen-zeeën. Deze droogden langzaam op waardoor de zouten die opgelost waren in het water neersloegen.
Eerst gips, dat lost namelijk het slechtste op, daarna zout. Dat laatste kan ook anhydriet bevatten. Op deze lagen kwamen in de loop der eeuwen andere afzettingen. Door bewegingen in de aarde kunnen nu die zoutlagen gedeeltelijk omhoog gedrukt worden en men krijgt dan zoutpilaren of zoutkolommen. Die zitten betrekkelijk dicht onder de oppervlakte en kunnen met boringen opgespoord worden. Door che-mische processen is het anhydriet uit het zout losgemaakt en op die kolommen gedeponeerd.
Bij Weerselo in Twente, Schoonlo in Drenthe en ook hier is anhydriet gevonden. Het is alleen de vraag hoeveel en of het niet te diep zit voor winning.
Mocht het anhydriet op een lucratieve wijze te winnen zijn, dan hoeft Nederland niet alleen minder chemicaliën in te voeren, wat een ver-betering van de betalingsbalans zou betekenen, maar het betekent ook dat er een mijn en drie fabrieken gebouwd kunnen worden die werk zullen verschaffen aan duizenden arbeiders. Dat klinkt geweldig, maar er zal wel weer een addertje onder het gras zitten.

1 mei 1952

De mensheid rent zijn eigen fantasieën achterna. Fouriers droom van een zee van limonade was dan misschien al te wild, de gedachte dat mensen op een ruimtestation buiten de aarde zouden kunnen leven is, als we Werner von Braun mogen geloven, binnen tien jaar te realiseren.
Het kost wel 4 miljard dollar. Zoveel geld is natuurlijk alleen beschik-baar als er militaire voordelen mee te behalen zijn. Von Braun be-weert dan ook dat de atoombom ouderwets is, dat het militair gezien niet meer gaat om de beheersing van de lucht, maar om die van de ruimte. Hij stelt dat men met een grote telescoop op zo'n ruimte-station de hele wereld nauwkeurig in het oog kan houden. Op die manier kan men er achter komen wat de vijand werkelijk doet.
Mijnheer Von Braun is een uit Nazi-Duitsland gevluchte ontwerper van raketten. De beruchte V-1's en V-2's waren van zijn hand. Aan het eind van de oorlog is hij met een deel van zijn onderzoeksteam door de Amerikanen overgevlogen naar de V.S.
Een ander deel van zijn team kwam in Rusland terecht en werkt daar aan de ontwikkeling van raketten.
Von Braun werkt in Amerika overigens niet aan de ontwikkeling van een ruimtestation, maar aan een nieuwe generatie V-1's en 2's. Geleide projectielen noemen ze dat daar. Het ruimtestation is geloof ik meer een speeltje, een idee om geld los te maken voor onderzoek en experimenten.
Von Braun denkt dat hij het materiaal om zo'n station te bouwen met 12 raketten naar boven kan krijgen. Het gaat daarbij om veel inge-wikkelder apparaten dan de V-1's. Om aan de aantrekkingskracht van de aarde te kunnen ontsnappen moet een snelheid van 25.000 km per uur bereikt worden en een hoogte van 1800 km. Om dat te reali-seren is een raket nodig van 7000 ton. Een dergelijke monstrueus geval kan niet uit één stuk bestaan, maar moet worden opgebouwd uit drie onderdelen: twee grote raketten met motoren en brandstof-tanks op elkaar, en een kleine cabine voor personeel en voor onder-delen voor het ruimtestation. Men vertrekt door de onderste raket van 40 meter lengte, te laten ontvlammen. Als de tanks daarvan leeg zijn, ontbrandt de tweede raket en valt de eerste terug naar de aarde - als het kan in zee - zodat men de kostbare motoren kan redden en nog eens kan gebruiken. De tweede raket brengt de cabine tot op het juiste punt en valt dan ook naar beneden.
Het ruimtestation wordt in de ruimte in elkaar gezet als een bouw-pakket en zal gemaakt worden van lichte nylon- en plastic-achtige stoffen die opgeblazen kunnen worden als ballonnen. Als het gevaar-te klaar is, kunnen mensen aan de binnenkant zonder apparatuur rond lopen, buiten moeten ze gebruik maken van ruimtepakken, zuur-stofflessen en een soort handmotoren ('revolvers') die hen richting geven bij het manoeuvreren in het luchtledige. De machines en apparaten zullen werken op zonne-energie, terwijl de temperatuur aan boord geregeld moet worden met behulp van een thermostaat, en met de hulp van zwarte en witte jaloezieën.
De ploeg die het station in elkaar zet moet na gedane arbeid weer terugkeren naar de aarde in dezelfde cabine als waarin ze gekomen is. Dat is één van de problemen die nog niet geheel opgelost zijn. De cabine wordt namelijk tijdens zijn val door de dampkring roodgloei-end door de wrijving en het is de vraag of de mensen aan boord deze reis zullen overleven.
Ze zullen wel eerst gaan oefenen met een aap. Het lijken dromen, maar dat gold ooit ook voor de trein, de auto, de grammofoonplaat, de radio en de televisie. De tijd staat open en de toekomst lacht ons toe.

woensdag

24 april 1952

Gemeentepolitiek. Daar wil ik het eens over hebben. En het badhuis. Want een douche, laat staan een bad, hebben veel mensen nog niet. Ze moeten zich wassen aan het aanrecht of naar het badhuis gaan. Dat badhuis wordt door de gemeente gesubsidieerd omdat het goed voor de volksgezondheid is als mensen zich regelmatig overal wassen. In de gemeenteraad lag nu het voorstel om de tarieven te verhogen.
De aanzet tot een verhoging van de tarieven kwam van Gedeputeerde Staten (van de provincie dus). Joost mag weten wat zij er mee te maken hebben, maar het feit ligt daar. Naar het schijnt beoordelen zij de gemeentelijke begrotingen.
B & W waren niet zo te porren voor een verhoging van de prijzen, maar een vergelijking met andere gemeenten maakte hen duidelijk dat het in Winschoten inderdaad goedkoop was. En als men toch ging veranderen wilde men ook gelijk de openingstijden aanpakken. Het is namelijk gebleken dat het op vrijdag en zaterdag erg druk is in het badhuis, terwijl op woensdag en donderdag de belangstelling betrek-kelijk gering is. Om de drukte wat te spreiden werden op de door de weekse dagen de tarieven lager gehouden. Om mensen de gelegen-heid te geven na hun werk nog te gaan baden moesten dan wel de openingstijden veranderd worden.
Die zijn nu als volgt. Op woensdag van acht tot twaalf en van drie tot zeven (dat is: 's avonds een uur langer); op donderdag van zeven tot twaalf en van drie tot half acht (dat is: 's morgens een uur eerder, 's avonds anderhalf uur langer); op vrijdag van acht tot twaalf en van twee tot zes (dat is: 's avonds anderhalf uur korter); zaterdags van acht tot twaalf en van half twee tot zes uur (dat is: 's morgens een uur korter, 's middags een uur korter). Het aantal openingsuren is op deze manier gelijk gebleven, terwijl het personeel nu op zaterdagavond vrij is.
De tarieven: op woensdag en donderdag kost een stortbad voor vol-wassenen 20 cent, voor kinderen tot en met 15 jaar 15 cent. Een kuip-bad kost voor iedereen 50 cent. Op vrijdag en zaterdag kost een stortbad een kwartje, voor kinderen 20 cent. Voor een kuipbad be-taal je dan 60 cent.
Striezenau van liet weten dat zij niet accoord gaan met de prijs-verhoging omdat het moeilijker wordt voor mensen die het toch al zwaar hebben gebruik te maken van het badhuis. Mevrouw Börchers-Vos pleitte voor lagere tarieven op vrijdag en zaterdag omdat dat de dagen zijn waarop arbeiders gebruik maken van het badhuis. Ver-hoging van de tarieven zou het bezoek aan het badhuis verminderen. Folkringa had ook bezwaren tegen de verhoging van de tarieven op zaterdag en zondag.
Nanninga antwoordde dat de commissie de zaak aan alle kanten had bekeken, maar dat een andere oplossing nauwelijks mogelijk was. In vergelijking met andere gemeenten was het in Winschoten niet te duur.
Mevrouw Börchers-Vos reageerde met de opmerking dat het badhuis van zo groot belang was voor de volksgezondheid dat rentabiliteit geen rol mag spelen. Dan moet de gemeente of de rijksoverheid maar subsidie verlenen. Daarop kwam Maring met de mededeling dat het badhuis een jaarlijks tekort heeft van f 7000,-. De tariefsverhoging zou dat tekort niet opheffen: de geschatte opbrengst is f 2000,-. Er wordt dus al flink gesubsidieerd. Hij verdedigde nog eens het voor-stel van B&W.
Haagsma stelde dat de lagere tarieven op woensdag en donderdag voor handarbeiders geen zin hebben, omdat zij juist op zondag schoon willen zijn. Hij stelde tevens voor de kolen die nodig zijn voor het verwarmen van het badwater op een goedkopere manier in te kopen.
Marring verdedigde nogmaals de plannen van B & W en stelde dat alles duurder werd, dus ook het badhuis.
Zo werd er nog wat gepraat, Schuster deed nog het voorstel op zater-dagmiddag het badhuis niet open te stellen voor kinderen om aldus de drukte wat te verminderen, maar uiteindelijk werd het gehele plan aanvaard. Alleen de fractie van de C.P.N. stemde tegen.

Pikant aan de vergadering was de interpellatie van Striezenau die wil-de weten of het juist was dat de directeur van de gemeentewerken een aantal werknemers had ondervraagd over hun politieke voor-keur. Aangezien de gemeente het rijksbeleid inzake de onverenig-baarheid van ambtenaarschap en lidmaatschap van communistische organisaties nog niet heeft overgenomen, liep de directeur naar zijn mening ten onrecht vooruit op de zaken en was er dus sprake van intimidatie. Hij wenste dat B&W maatregelen nemen om herhaling van dit soort kwesties te voorkomen. Mevrouw Börchers-Vos en de heer Haagsma steunden het pleidooi van de heer Striezenau. B&W wilden het handelen van de directeur niet veroordelen, maar men gaf toe geen opdracht te hebben verstrekt tot het horen van ambtena-ren. Maring en Folkringa betreurden de gang van zaken.

dinsdag

6 februari 1952

Ik ben geen communist. Als ik al iets ben, dan ben ik een sociaal-de-mocratische anarchist, zoals de meeste linkse Winschoters. Dus wat de regering nu op stapel zet, gaat mij veel te ver. Men wil mensen die lid zijn van de C.P.N., de Arbeidersbond voor Cultuur, het Algemeen Nederlands Jeugdverbond (A.N.J.V.), de Nederlandse Vrouwenbewe-ging of de Eenheidsvakcentrale (E.V.C.) uitsluiten van posities bij de rijksoverheid, en men dringt er op aan dat lagere overheden dat beleid overnemen. Men formuleert het natuurlijk andersom - ambte-naren mogen geen lid zijn van die organisaties - maar het komt op hetzelfde neer.
Minister-president Drees repliceerde alle kritiek van C.P.N.-zijde met opmerkingen over het gebrek aan vrijheid in Rusland, de communis-tische staatsgreep in Tsjecho-Slowakije en de gevangenneming van ambtelijke spionnen in Engeland, Canada en Zweden. Hij weigerde in te gaan op de vraag of er bewijzen waren van communistische com-plotten tegen de Nederlandse overheid. Zoals altijd gebeurde dat met een beroep op de veiligheid van het land: "Het zou dwaas zijn onze bronnen bekend te maken".
Van de tweede kamer wordt verwacht dat zij instemt met maatrege-len die volgens de regering noodzakelijk zijn zonder dat diezelfde regering enig bewijs levert voor die noodzakelijkheid.
De K.V.P. ging het echter nog niet ver genoeg: zij vroeg de regering ook een oogje te houden op de "vredesbeweging" en de "derde weg". De motie Wagenaar, waarin het regeringsbeleid wordt veroordeeld, werd verworpen met 7 tegen 62 stemmen. Voor was de C.P.N.
Wat betekent dit nu? Twee dingen: als ambtenaar heb je geen vrije keuze van partij of vakbond; als lid van een van de genoemde organi-saties kun je geen overheidsfunctie krijgen. Beide consequenties lij-ken me in strijd met wat in een vrij land mogelijk moet zijn.
Over vrij land gespreken: het lijkt erop dat de eenheid van Europa, het ideaal van Napoleon en Hitler, op een andere manier toch door-gang zal vinden. Ik heb geen idee van de gevolgen voor Nederland, maar in het plan Schuman, genoemd naar de Franse minister van Buitenlandse zaken die het idee naar voren bracht, wordt gestreefd naar Europese samenwerking op het gebied van de productie van kolen en staal. Men spreekt dan ook van een Europese gemeenschap voor kolen en staal. Het bijbehorende verdrag is vorig jaar onder-tekend. De meeste politici zien er geloof ik een experiment in dat bij succes kan worden uitgebreid met samenwerking op het gebied van landbouw en verkeer. Misschien niet zo'n gek idee. Dan zullen Frank-rijk en Duitsland eindelijk geen opponenten meer zijn, maar partners. Maar het lijkt me dat Europa dan nog een lange weg te gaan heeft. Het verdrag heeft dan ook een geldigheidsduur van 50 jaar!
Wat die vrijheid betreft komt het me voor dat de controle op zo'n boven-nationale organisatie goed geregeld moet worden, zeker als de samenwerking aanvankelijk alleen op economisch vlak ligt. Het ge-brek aan politieke organen kan dan makkelijk leiden tot een soort dic-tatuur van de bazen. En daar zitten we niet op te wachten. Zo gezien vormt de Europese samenwerking dus een gevaar. Maar een politieke of zelfs staatkundige eenheid van Europa lijkt me iets dat in de verre, verre toekomst ligt.

maandag

1 februari 1952

De werkloosheid is hier nog steeds hoger dan gemiddeld in Neder-land. Zonder overheidsingrijpen zal die situatie niet verbeteren.
De regering heeft aan de matrassenfabriek hier al een extra opdracht gegeven om te voorkomen dat er mensen ontslagen moesten worden. Maar dat is slechts een druppel op een gloeiende plaat. De werkloos-heid groeit. In 1950 was het 5,8 % tegen een landelijk gemiddelde van 2,5 %. Vorig jaar steeg de werkloosheid met 2,3 %.
Toch is hier werk genoeg te doen. Er is bijvoorbeeld een grote behoefte aan nieuwe wegen en aan verbetering van het bestaande wegennet. Het is juist dit ontbreken van goede verbindingen die het voor bedrijven onaantrekkelijk maakt zich in Oost-Groningen te vestigen. Ook de scheepvaartverbindingen zijn bepaald niet optimaal.
Het gebrek aan werk leidt tot vertrek uit Winschoten. Zo zijn vorig jaar 12 gezinnen naar Alblasserdam vertrokken omdat de mannen daar werk vonden bij de Nederlandse Kabelfabrieken. Ze kregen daar ook onmiddelijk een nieuwe woning toegewezen.
Er zijn ook mensen vertrokken naar Limburg om daar in de mijnen te gaan werken. (Er is overigens nog maar kolen voor 73 jaar. Daarna moeten we overschakelen op iets anders. In Zuid-Drente en in het noorden van Overijssel is men daarom op zoek naar aardgas. Aard-olie wordt in Drente natuurlijk al in beperkte mate gewonnen, maar dat zal nooit voldoende zijn om de behoefte te dekken. Men verwacht ook dat over vijftien jaar electriciteit gewonnen zal kunnen worden uit kernenergie.)
Tenslotte is er sprake van emigratie naar Australië, Canada en Zuid-Afrika. De cijfers daarover zijn niet bekend, omdat de meesten op eigen gelegenheid vertrekken. Maar je begrijpt dat emigratie geen oplossing is voor de problemen van Oost-Groningen.

zondag

15 januari 1952

Voor de statistiek: Winschoten is vorig jaar gegroeid met honderd personen. Op 31 december 1951 waren er 7.864 mannen, 8.104 vrou-wen, totaal 15.968. Daarvan zijn er geboren in 1951: 155 jongens, 128 meisjes. Overleden: 69 mannen en 61 vrouwen. Vestiging in de ge-meente: 341 mannen, 460 vrouwen. Vertrek: 407 mannen, 447 vrou-wen. Er trouwden in Winschoten 109 echtparen; 6 echtparen lieten zich scheiden.
Er komt geen dieseltractie op het baanvak Groningen - Winschoten. Men blijft nog een tijd werken met stoomlocomotieven.
De koffie is niet langer op de bon. Daarmee komt de levensmiddelen-distributie eindelijk aan zijn eind. De maximum koffieprijs is nu f 2,04 per half pond. Dat is 12 cent meer dan voor het vrijgeven van de koffie.
Tenslotte Potasch en Perlemoer. Dat oude stuk wordt nu weer op de planken gebracht door Johan Kaart en Johan Boskamp. Het gaat over twee joodse textielhandelaren die samen een bedrijf hebben. Hoewel ze elkaar voortdurend in de haren zitten - fouten worden de ander aangewreven, successen worden voor zichzelf opgeëist - zijn het dikke vrienden die elkaar met gevoel voor humor door moeilijke tijden heen helpen. Er wordt in het stuk veel jiddisch gesproken, maar dat was volgens de krant hier in Winschoten geen probleem: veel van de typisch joodse gein werd prima begrepen. Het is een stuk uit een tijd die we nooit zullen en kunnen vergeten. Aldus de Winschoter Courant.

zaterdag

3 october 1951

Het eerste Nederlandse televisieprogramma is een feit. De Nederland-se Televisie Stichting (gezamenlijk programma) heeft gisteravond van kwart over acht tot kwart voor tien het toneelstuk De Tover-spiegel van Willy van Hemert, Peter Koen en Evert Werkman uitge-zonden. De staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap-pen, dhr. Cals, verrichte de officiele opening en prof. dr. ir. Halberts-ma legde daarna uit hoe televisie werkte.
Ik heb het uit de krant want ik heb geen televisie.
De acteurs waren Albert van Dalsum, Ank van der Moer, Johan de Meester, Hetty Blok, Ad Hooykaas en de elf jarige Louis Bouw-meester. Omroepster was de Amsterdamse journaliste Jeanne Roos.
Als je hoort hoe het in Amerika toegaat met de televisie, ook wel teevee (tv) genaamd, dan reizen je de haren ten berge. Als het buiten nog licht is moet men eigenlijk, om het beeld goed te kunnen zien, de gordijnen deels sluiten zodat het een beetje schemerig wordt. Maar in Amerika kijkt men niet alleen overdag, maar ook 's avonds en vaak tot diep in de nacht. Men heeft ruzie over waar naar gekeken moet worden: de moeder wil een serie zijn, de vader sport, en de kinderen de kinderprogramma's. Om dat allemaal mogelijk te maken moet men vaak bij buren of vrienden gaan kijken. Men zit daar dan rond de televisie en wee degene die een woord spreekt.

vrijdag

26 september 1951

Vanwege de nieuwbouw is er hier in Bovenburen nou ook een speeltuin gekomen. Nou heb ik zelf geen kinderen maar ik ben toch eens wezen kijken. Het bestuur van de speeltuinvereniging had om de opening te vieren een feestdag georganiseerd. De regering was vertegenwoordigd door dhr. Winsemius, die hier toch moest zijn om twee bedrijven te openen (Zaadhof en Van Bergen). Alle kinderen van de Tromplaan-, de Omsnijdingskanaal- en de Oudewerfslaanschool waren aanwezig om me te doen aan de georganiseerde wedstrijden. Het was bovendien nog eens prachtig weer.
De speeltuin bestaat tot nog toe overigens alleen uit een speelveld, maar in de toekomst zullen er schommels, wipplanken etc. komen. Na de toespraken van de hoogwaardigheidsbekleders speelde Nieuw Leven het Wilhelmus en was er een driewerf hoera voor de koningin.
's Avonds was er een concert door drie verenigingen (Deo Dicatus, Patriomonium en Nieuw Leven), paalklimmen en boksen en ten slotte dansen, waarbij vooral de jongeren zich duchtig weerden.
Een andere feestelijke gebeurtenis waar iedereen altijd naar uitkijkt is de kermis. Op het Marktplein komen: botsautootjes, een miniatuur-treintje dat niet alleen over de markt rijdt, maar het halve centrum doorkruist (van Beersterstraat tot aan het Bosplein), een Parijse Ketel (volgens de krant gaat men met een riem naar boven, komt langs een spiraal weer naar beneden en eindigt in een ketel waar de bezoeker dezelfde verrassing wacht als die welke de koningen van Egypte en Irak in afgelopen jaren te wachten stond - naar het schijnt stond het ding de voorgaande drie jaar in Egypte), de gebruikelijke snoepkra-men (nougat, suikerspinnen e.d.).
Ook de plaatselijke hotels en theaters dragen bij aan de kermissfeer: in hotel De Vrijheid zorgt Harry Dietrich zaterdag en zondag voor stemming, de Hoofdstadoperette zal traditiegetrouw op vrijdag in Dommering een voorstelling geven. Zaterdag en zondag is daar een film te zien van Abott en Costello: In het vreemdelingenlegioen. In Scala draait De stad der verschrikking met Gary Cooper en Ruth Roman. Zondagmiddag is er een matineevoorstelling met de zingen-de cowboy Roy Rodgers. In Hotel Smid tenslotte is zaterdag en zon-dag bar-muziek bij het open haardvuur. Een beetje in de rook zitten zeker.

donderdag

4 september 1951

In de Winschoter stond vandaag een pleidooi om de Dollard in te polderen. Het levert niet alleen 4000 ha vruchtbare grond op, maar verschaft ook nog eens, na de inpoldering, arbeid voor de vele werklozen hier. Men verwacht dat 400 arbeiders er een vaste baan aan over kunnen houden, terwijl 1000 seizoensarbeiders per jaar nodig zouden zijn. Verder zou de productieverhoging en de daaruit voortvloeiende export de deviezenpositie van Nederland gunstig beinvloeden.
De anonieme auteurs van het stuk in de krant vallen de huidige methode van langzame landwinning - het indijken van het steeds aanspoelende slib in de kwelders - aan als zijnde te duur en daardoor niet rendabel. Zij stellen voor de Dollard in zijn geheel in te dijken en droog te leggen. Dat kost eerst wat meer, maar uiteindelijk zullen de kosten veel lager zijn omdat men vier keer zoveel land kan winnen en sneller gebruik kan maken van de nieuwe polder.
Bovendien is de grond die men verkrijgt door zo'n snelle inpoldering geen klei, maar zavel. Op dat soort grond kan men meer verbouwen dan graan, karwij en suikerbieten (wat blijkbaar op klei alleen maar mogelijk is). Op zavel kunnen ook vlas en aardappelen verbouwd worden, waardoor niet alleen een ruimere vruchtwisseling mogelijk is (dat is beter voor de grond), maar ook de arbeid kan beter gespreid worden. Bovendien kan men op zavel ook vee houden.
Met andere woorden: de seizoenswerkloosheid die de boerderijen op de klei aankleeft, wordt dan minder ernstig, waardoor de communis-ten in Finsterwolde een troef uit handen wordt gespeeld. Ja, ja, het is een complex probleem die inpoldering.

2 juli 1951

De Socialistische Internationale is weer opgericht. Men heeft het tellen nu maar achterwege gelaten. De eerste was met Marx e.c.; de tweede met Kautsky, de derde was die van de Communisten, de vier-de die van Trotsky. Ik kan met niet meer herinneren of er na de eerste wereldoorlog nog een sociaal-democratische Internationale was, maar volgens de krant is zoiets tijdens de tweede wereldoorlog verdwenen.
De (nieuwe) Socialistische Internationale is tegen kapitalisme en com-munisme. Het communisme werd veroordeeld als het instrument van een bepaalde imperialistische staat die overal waar het optreedt de vrijheid in de weg staat.
De beginselverklaring heeft heldere doelstellingen (een stelsel van sociale rechtvaardigheid, betere levensomstandigheden, vrijheid en wereldvrede), maar de manier waarop men die wil bereiken is ondui-delijk. Men is tegen de klassenstrijd, maar wil toch de uitbuiting te lijf gaan. Men mag aan Marx vasthouden, maar een christelijk socialisme wordt ook niet afgewezen. Blijkbaar gaat de eenheid boven alles.
Toch is de analyse juist: hoewel de wereld voldoende bronnen bezit om iedereen een behoorlijk levenspeil te verschaffen, is het kapita-lisme niet in staat de noodzakelijk behoeften van de wereldbevolking te bevredigen. We hebben gelijk, maar krijgen we dat ook? Overigens is de beginselverklaring nog niet aangenomen.

woensdag

11 mei 1951

Mr. Stikker (geboren Winschoter) heeft weer van zich doen spreken. Als voorzitter van de O.E.E.S. heeft hij gepleit voor Europese samenwerking met het doel meer grondstoffen (m.n. kolen, staal en zwavel) te produceren. De capaciteit van de industrie om grond-stoffen op te nemen is sneller gegroeid dan de productie ervan. De oorlog in Korea slokt een te groot deel van de grondstoffen op. Alleen door de productie ervan te verhogen kan men tegemoet komen aan de vraag. Daarnaast wil hij een verbetering van de distributie zodat de urgentste problemen het eerst opgelost worden.
Verder natuurlijk het gebruikelijke gezanik over een algehele verho-ging van de productie, ook die van voedsel om tegemoet te komen aan de groei van de bevolking. Het plan Schuman, dat tot een verder gaande samenwerking tussen zes landen moet leiden werd door hem ondersteund met een pleidooi het bijbehorende gerechtshof in het Vredespaleis te vestigen.

dinsdag

2 april 1951

De Stem des Volks heeft zijn 35 jarig jubileum gevierd. Wij zongen na-tuurlijk weer Morgenrood en Aan de Strijders. De recensent van de Winschoter Courant vond het eerste nummer "wat vlak, het tempo ... ietwat te langzaam, zodat de de sterke indruk die een dergelijke massazang kan wekken vrijwel achterwege bleef."
Aan de Strijders kon wel zijn goedkeuring wegdragen: het werd "met een imponerend elan gezongen" wat "deze kernachtige compositie ten volle tot zijn recht deed komen." We zongen deze liederen samen met De Stem des Volks uit Hoorn. Elk koor zong natuurlijk ook nog apart een paar liederen en Nelly Heijenga-Hamster zong solo met bege-leiding van Mej. Tabak op de piano.

maandag

12 maart 1951

Afgelopen zaterdag was de uitvoering van Nieuw Leven. Het was een gezellige avond, met dansmuziek van Harry Dietrich, maar ook met een oog naar de kas, want geld voor de nodige nieuwe instrumenten is er niet, laat staan dat we ooit eens uniformen zullen kunnen kopen. We hebben extra subsidie aangevraagd bij de gemeente, en gekregen: we krijgen nu f 440,- per jaar (in plaats van f 220,-). We blijven ver-plicht voor dat bedrag twee openbare concerten te geven. Omdat de commissie van advies voor culturele zaken onze muziek niet ziet als 'cultureel verantwoorde uitvoeringen' komen we niet in aanmer-king voor een speciale subsidie voor onze uitvoering. Maar B. Dommering wordt wel gesubsidieerd als hij het Concertgebouworkest hier heen haalt. Verschil moet er blijkbaar zijn en blijven.

zondag

28 februari 1951

De stadsbusdienst is al weer gestaakt. Volgens de firma Bronkhorst, die de lijn exploiteerde werd, er niet genoeg gebruik van gemaakt. Omdat ook de gemeente niet bereid was te subsidiëren, bleef er niets anders over dan "althans voorlopig tijdelijk" met de stadsbusdienst te stoppen. Misschien dat een dergelijke dienst rendabel wordt als er een nieuw ziekenhuis in Bovenburen komt. Tot dan moeten we weer gewoon lopen of fietsen.
Een van de meest bizarre overblijfselen uit het verleden is het ver-schil tussen lonen in de stad en op het platteland. Voor de oorlog kon dat verschil oplopen tot een derde, nu is het wat minder. Een com-missie heeft zich ermee beziggehouden en heeft de volgende argumenten bedacht om toch vast te houden aan dit verschil:
1. De huren zijn op het platteland lager dan in de stad of in industrie-gebieden
2. Verwarming en verlichting zijn op het platteland iets duurder, maar men kan daar gemakkelijk uitwijken naar goedkope alternatie-ven als kolen en turf
3. De druk van de personele belasting is op het platteland ietsje ho-ger, maar het verschil is miniem
4. De verschillen in kosten voor standaard- en levensmiddelenpakket zijn de ene keer hoger, de andere keer lager
5. Eigen productie mag niet meetellen (tuintje, klein vee)
6. Gezinsontspanning is in de stad duurder
7. De stimulering van de consumptie werkt in steden en industrie-gebieden sterker door
8. Verkeerskosten (bezoeken aan winkels, ziekenhuizen, scholen etc.) zijn op het platteland hoger.
De commissie concludeert uit het bovenstaande dat het leven in de stad en in industriegebieden duurder is. Daarom wenst men vast te houden aan de gemeenteclassificatie. Men heeft echter ook berekend dat mensen met meer inkomen meer last hebben van de loonaftrek (omdat zij meer secundaire levenskosten hebben, m.n. vervoer), en daarom moet de loonaftrek minder worden naarmate men meer ver-dient. Nou vraag ik je. Dus des te meer geld je uitgeeft, des te meer recht heb je op een extraatje. Dat ze zich niet schamen.