donderdag

10 december 1952

De al drie dagen durende dikke mist in Londen is eindelijk opgetrok-ken. Twee dagen geleden was die zo dicht dat men letterlijk geen hand voor ogen kon zien. Om drie uur in de middag was het op Piccadilly Circus even donker als midden in de nacht. Men verwacht dat hon-derden mensen met bronchitis of astma als gevolg van de koolstof, de roet en de scherpe rook die in de mist vastgehouden werden, zullen overlijden. Op dit ogenblik zijn al meer dan honderd, meest oudere mensen, aan de gevolgen van de mist overleden.

woensdag

2 october 1952

Er bevindt zich zoveel zout in de grond in het zuiden van Winschoten dat proefboringen naar zout op andere plekken in Nederland overbo-dig zijn geworden. Er is niet alleen veel zout, maar het ligt ook nog dicht aan de oppervlakte.
De Nederlandse Aardolie Maatschappij (N.A.M.) heeft een concessie aangevraagd voor het naar boven halen van steenzout en anhydriet, en voor het bewerken van deze stoffen. Omdat het steenzout ook ka-liumzouten bevat heeft zij ook voor deze zouten een concessie aan-gevraagd.
Overigens is de N.A.M. niet van plan deze zouten zelf te verwerken, maar wil zij de concessies overdragen aan derden. De N.A.M. ver-strekt zelf geen verdere bijzonderheden, maar er gaan al waarschu-wingen uit voor al te gespannen verwachtingen wat betreft de werkge-legenheid in Winschoten. Mochten er al fabrieken komen om de zou-ten te bewerken dan komen die waarschijnlijk in Delfzijl, omdat het afvalwater daar makkelijker verwerkt kan worden. Bovendien is de verscheping in een zeehaven natuurlijk eenvoudiger dan in een binnenhaven zoals die van Winschoten. Zo zie je maar. Hier de grondstoffen, daar de rijkdom.
Aan de andere kant, wij hebben hier een steenfabriek waarvoor de klei echt niet uit de gemeente Winschoten komt. Waar de klei voor de fabriek van Strating wel vandaan komt, weet ik niet, maar dagelijks zie je de pramen met klei door het diep naar de steenfabriek in het centrum van Winschoten varen waar met een permanente grijper de klei wordt gelost en met karretjes de fabriek wordt ingebracht. Eigen-lijk is het zeer merkwaardig dat zo'n grote fabriek aan de kop van de Langestraat ligt. Het is misschien geen vervuilende tak van industrie, maar het hele terrein van de steenfabriek ligt vol met fijn rood poeder, en gruis van de gebakken stenen.

dinsdag

23 september 1952

Af en toe zie je van die tekens die je doen afvragen of er wel vooruitgang is in de wereld. De beroemde Londense mist is door alle industriële uitlaatgassen zo vervuild dat de nylonkousen van de vrouwen er in oplosten. Verder kwamen er door de schoorstenen brandende dingen (?) naar binnen die schade aanrichtten op alles waar ze op landden: vloerbedekking, kleding, haar etc..

maandag

17 juli 1952

Dommering krijgt de tuinen van de H.B.S. niet. De gemeente wil de grond houden om de fietsenstalling van de school uit te kunnen breiden. Bovendien acht men het in het algemeen niet gewenst om 'gemeentelijke gronden grenzende aan andere eigendommen te verkopen, daar dan de mogelijkheid om een bestaand perceel uit te breiden, zal komen te ontbreken'. Dus geen terras etc.

zondag

27 juni 1952

Er zijn verkiezingen geweest en de P.v.d.A. heeft dik gewonnen. We zijn nu even groot als de K.V.P.: beide 30 van de 100 zetels. De P.v.d.A. won 3 zetels; de K.V.P. verloor er 2. De A.R. ging van 13 naar 12; de C.H.U. bleef op 9; de V.V.D. van 8 naar 9; de C.P.N. van 8 naar 6; de lijst Welter (een rechtse afsplitsing van de K.V.P.) van 1 naar 2. De overige partijen haalden geen zetel.
Bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer, altijd een rots aan het been van de democratie, ging het K.V.P. iets gunstiger af: zij bleef de grootste met 17 zetels (een zetel winst), de overige partijen kregen evenveel zetels als de vorige keer: PvdA (14), A.R. (7), C.H.U. (6), V.V.D. (4), C.P.N. (2).
De ene zetel winst voor de K.V.P. laat zien dat de getrapte verkiezin-gen, de eerste kamer wordt immers gekozen door de provinciale staten die al eerder gekozen zijn, een wezenlijk conservatief element in ons staatsbestel zijn. Ze geven niet de huidige toestand van het volk weer, maar die van een tijd geleden. Die eerste kamer kan eigen-lijk beter weg.

zaterdag

27 mei 1952

Dommerings tuin gaat weer open. Deze lap grond achter hotel Dom-mering werd vroeger gebruikt als ijsbaan door haar 's winters onder water te zetten. De IJsclub Winschoten organiseerde er dan grote feesten.
In de zomer was er in Dommerings tuin het concours hippique, waar-bij de ijstent nog eens gebruikt kon worden. Heel Oldambt en Wester-wolde kwamen daar bij elkaar. Het schijnt de beste huwelijksmarkt van Noorden te zijn geweest. Alleen voor boeren natuurlijk!
In de tuin werden concerten gegeven, gefuifd en gedanst. De promotiefeesten van H.B.S. en gymnasium werden daar ook gehou-den. De tennisbaan van Helios, die nu net verdwenen is, lag er toen nog niet. Op die plek lag de moestuin waar chef-kok Otto du Pré de baas was. Het schijnt dat hij daar als kip of eend op het menu ston-den, eigenhandig de loslopende kippen en eenden slachtte.
De laatste jaren werd Dommerings tuin niet meer gebruikt. Er was nog wel eens een meeting, maar meestal gebeurde er niets tussen de muur aan de achterzijde en het gebouw aan de voorzijde.
Om de tuin nieuw leven in te blazen heeft Dommering de tennisbaan bij het complex getrokken. Daardoor ligt er nu een stuk grond van 2000 vierkante meter, de vijver en de aangelegde stukken niet mee-gerekend. Hij wil ook nog de schooltuin van de H.B.S. aan de Johan Modastraat overnemen van de gemeente: daardoor zal het terrein groot genoeg worden voor het concours hippique dat nu jaarlijks op het gemeentelijk sportterrein plaatsvindt, waarbij al het gras ver-nield wordt.
Verder denkt Dommering aan de aanleg van een sintelbaan voor atle-tiek, speedway e.d. Aan de kant van de Dr. D. Bosstraat komt een terras in zeven lagen dat ook gebruikt kan worden als toneel bij openluchtvoorstellingen in de tuin. Aan de overliggende westzijde van de tuin zal een fietsenstalling komen voor duizend fietsen. In de tuin zelf kunnen zang- en muziekconcoursen, concerten en meetings georganiseerd worden. Kortom, Dommering zal weer het levende culturele centrum van Oost-Groningen worden.
Wie alvast een kijkje wil gaan nemen kan terecht op de pinksterbeurs die binnenkort in Dommering wordt gehouden. Er zijn in de kleine zaal dames- en herenmodeshows, demonstraties van de Ruton-set, het Hauser-dieet, de hogedrukpan; in de grote zaal een concert van de Amsterdamse Politiekapel met stukken van de bekende Winscho-ter componisten Cerfontaine en Van Zweeden; Tiktak en een aantal kleine kruideniers bieden tegen gereduceerde prijs het publiek een grote Cabaret-revue aan; er zijn filmvoorstellingen (het koninklijk bezoek aan de V.S. en Canada); 's avonds met medewerking van het Ambonees Hawaiian-orkest Soeare Lease.
Lou Bandy, Heintje Davids en Kitty Prins komen met de voorstelling van Variété Faveur op zaterdag zijn er twee kindervoorstellingen. El-ke dag spelen de Militaire Kapel uit Assen en de Boerenblazers in de tuin die 's avonds feeëriek verlicht wordt. Bovendien is er elke avond bal: op woensdag is dat het Coca-Cola bal, waar iedereen een gratis flesje Coca-Cola krijgt.
Als allerlaatste is er een auto- en motor-oriëntatietocht die om 3 uur begint bij hotel Vrijheid. De prijsuitreiking is 's avonds op het groot auto- en motorbal. We hoeven ons niet te vervelen!

vrijdag

12 mei 1952

Er is op het Zuiderveen steenzout gevonden. Vrijdagavond heeft men de verwachte zoutkolom op een diepte van 425 meter aangeboord. Boven op het zout lag inderdaad een laag anhydriet (van 35 meter).
De electrificering van het spoorwegnet is bijna afgerond. Voor ons betekent dat, dat de verbinding tussen Zwolle en Groningen voortaan met electrische locomotieven zal worden onderhouden. De diesel-electrische treinstellen die daardoor vrijkomen zullen ingezet wor-den op de noordelijke spoorlijnen, zodat we hier nu ook verlost zijn van de rokende stoomtractie.

donderdag

2 mei 1952

Op het Zuiderveen zijn ze aan het boren. Er staat een grote boor-toren, maar tot nu toe wist niemand wat er eigenlijk gezocht werd. In de krant stond daar nu een stuk over.
Ik begrijp eruit dat men eigenlijk in het wilde weg aan het zoeken is en hoopt te stoten op een van de volgende stoffen: aardolie, aardgas, zout of anhydriet. Dat laatste kan gebruikt worden als grondstof voor zwavelzuur, cement en kunstmest.
Waar Winschoten nu ligt waren 200 miljoen jaar geleden (je moet niet in de Bijbel geloven voor dit soort onderzoek) ondiepe binnen-zeeën. Deze droogden langzaam op waardoor de zouten die opgelost waren in het water neersloegen.
Eerst gips, dat lost namelijk het slechtste op, daarna zout. Dat laatste kan ook anhydriet bevatten. Op deze lagen kwamen in de loop der eeuwen andere afzettingen. Door bewegingen in de aarde kunnen nu die zoutlagen gedeeltelijk omhoog gedrukt worden en men krijgt dan zoutpilaren of zoutkolommen. Die zitten betrekkelijk dicht onder de oppervlakte en kunnen met boringen opgespoord worden. Door che-mische processen is het anhydriet uit het zout losgemaakt en op die kolommen gedeponeerd.
Bij Weerselo in Twente, Schoonlo in Drenthe en ook hier is anhydriet gevonden. Het is alleen de vraag hoeveel en of het niet te diep zit voor winning.
Mocht het anhydriet op een lucratieve wijze te winnen zijn, dan hoeft Nederland niet alleen minder chemicaliën in te voeren, wat een ver-betering van de betalingsbalans zou betekenen, maar het betekent ook dat er een mijn en drie fabrieken gebouwd kunnen worden die werk zullen verschaffen aan duizenden arbeiders. Dat klinkt geweldig, maar er zal wel weer een addertje onder het gras zitten.

1 mei 1952

De mensheid rent zijn eigen fantasieën achterna. Fouriers droom van een zee van limonade was dan misschien al te wild, de gedachte dat mensen op een ruimtestation buiten de aarde zouden kunnen leven is, als we Werner von Braun mogen geloven, binnen tien jaar te realiseren.
Het kost wel 4 miljard dollar. Zoveel geld is natuurlijk alleen beschik-baar als er militaire voordelen mee te behalen zijn. Von Braun be-weert dan ook dat de atoombom ouderwets is, dat het militair gezien niet meer gaat om de beheersing van de lucht, maar om die van de ruimte. Hij stelt dat men met een grote telescoop op zo'n ruimte-station de hele wereld nauwkeurig in het oog kan houden. Op die manier kan men er achter komen wat de vijand werkelijk doet.
Mijnheer Von Braun is een uit Nazi-Duitsland gevluchte ontwerper van raketten. De beruchte V-1's en V-2's waren van zijn hand. Aan het eind van de oorlog is hij met een deel van zijn onderzoeksteam door de Amerikanen overgevlogen naar de V.S.
Een ander deel van zijn team kwam in Rusland terecht en werkt daar aan de ontwikkeling van raketten.
Von Braun werkt in Amerika overigens niet aan de ontwikkeling van een ruimtestation, maar aan een nieuwe generatie V-1's en 2's. Geleide projectielen noemen ze dat daar. Het ruimtestation is geloof ik meer een speeltje, een idee om geld los te maken voor onderzoek en experimenten.
Von Braun denkt dat hij het materiaal om zo'n station te bouwen met 12 raketten naar boven kan krijgen. Het gaat daarbij om veel inge-wikkelder apparaten dan de V-1's. Om aan de aantrekkingskracht van de aarde te kunnen ontsnappen moet een snelheid van 25.000 km per uur bereikt worden en een hoogte van 1800 km. Om dat te reali-seren is een raket nodig van 7000 ton. Een dergelijke monstrueus geval kan niet uit één stuk bestaan, maar moet worden opgebouwd uit drie onderdelen: twee grote raketten met motoren en brandstof-tanks op elkaar, en een kleine cabine voor personeel en voor onder-delen voor het ruimtestation. Men vertrekt door de onderste raket van 40 meter lengte, te laten ontvlammen. Als de tanks daarvan leeg zijn, ontbrandt de tweede raket en valt de eerste terug naar de aarde - als het kan in zee - zodat men de kostbare motoren kan redden en nog eens kan gebruiken. De tweede raket brengt de cabine tot op het juiste punt en valt dan ook naar beneden.
Het ruimtestation wordt in de ruimte in elkaar gezet als een bouw-pakket en zal gemaakt worden van lichte nylon- en plastic-achtige stoffen die opgeblazen kunnen worden als ballonnen. Als het gevaar-te klaar is, kunnen mensen aan de binnenkant zonder apparatuur rond lopen, buiten moeten ze gebruik maken van ruimtepakken, zuur-stofflessen en een soort handmotoren ('revolvers') die hen richting geven bij het manoeuvreren in het luchtledige. De machines en apparaten zullen werken op zonne-energie, terwijl de temperatuur aan boord geregeld moet worden met behulp van een thermostaat, en met de hulp van zwarte en witte jaloezieën.
De ploeg die het station in elkaar zet moet na gedane arbeid weer terugkeren naar de aarde in dezelfde cabine als waarin ze gekomen is. Dat is één van de problemen die nog niet geheel opgelost zijn. De cabine wordt namelijk tijdens zijn val door de dampkring roodgloei-end door de wrijving en het is de vraag of de mensen aan boord deze reis zullen overleven.
Ze zullen wel eerst gaan oefenen met een aap. Het lijken dromen, maar dat gold ooit ook voor de trein, de auto, de grammofoonplaat, de radio en de televisie. De tijd staat open en de toekomst lacht ons toe.

woensdag

24 april 1952

Gemeentepolitiek. Daar wil ik het eens over hebben. En het badhuis. Want een douche, laat staan een bad, hebben veel mensen nog niet. Ze moeten zich wassen aan het aanrecht of naar het badhuis gaan. Dat badhuis wordt door de gemeente gesubsidieerd omdat het goed voor de volksgezondheid is als mensen zich regelmatig overal wassen. In de gemeenteraad lag nu het voorstel om de tarieven te verhogen.
De aanzet tot een verhoging van de tarieven kwam van Gedeputeerde Staten (van de provincie dus). Joost mag weten wat zij er mee te maken hebben, maar het feit ligt daar. Naar het schijnt beoordelen zij de gemeentelijke begrotingen.
B & W waren niet zo te porren voor een verhoging van de prijzen, maar een vergelijking met andere gemeenten maakte hen duidelijk dat het in Winschoten inderdaad goedkoop was. En als men toch ging veranderen wilde men ook gelijk de openingstijden aanpakken. Het is namelijk gebleken dat het op vrijdag en zaterdag erg druk is in het badhuis, terwijl op woensdag en donderdag de belangstelling betrek-kelijk gering is. Om de drukte wat te spreiden werden op de door de weekse dagen de tarieven lager gehouden. Om mensen de gelegen-heid te geven na hun werk nog te gaan baden moesten dan wel de openingstijden veranderd worden.
Die zijn nu als volgt. Op woensdag van acht tot twaalf en van drie tot zeven (dat is: 's avonds een uur langer); op donderdag van zeven tot twaalf en van drie tot half acht (dat is: 's morgens een uur eerder, 's avonds anderhalf uur langer); op vrijdag van acht tot twaalf en van twee tot zes (dat is: 's avonds anderhalf uur korter); zaterdags van acht tot twaalf en van half twee tot zes uur (dat is: 's morgens een uur korter, 's middags een uur korter). Het aantal openingsuren is op deze manier gelijk gebleven, terwijl het personeel nu op zaterdagavond vrij is.
De tarieven: op woensdag en donderdag kost een stortbad voor vol-wassenen 20 cent, voor kinderen tot en met 15 jaar 15 cent. Een kuip-bad kost voor iedereen 50 cent. Op vrijdag en zaterdag kost een stortbad een kwartje, voor kinderen 20 cent. Voor een kuipbad be-taal je dan 60 cent.
Striezenau van liet weten dat zij niet accoord gaan met de prijs-verhoging omdat het moeilijker wordt voor mensen die het toch al zwaar hebben gebruik te maken van het badhuis. Mevrouw Börchers-Vos pleitte voor lagere tarieven op vrijdag en zaterdag omdat dat de dagen zijn waarop arbeiders gebruik maken van het badhuis. Ver-hoging van de tarieven zou het bezoek aan het badhuis verminderen. Folkringa had ook bezwaren tegen de verhoging van de tarieven op zaterdag en zondag.
Nanninga antwoordde dat de commissie de zaak aan alle kanten had bekeken, maar dat een andere oplossing nauwelijks mogelijk was. In vergelijking met andere gemeenten was het in Winschoten niet te duur.
Mevrouw Börchers-Vos reageerde met de opmerking dat het badhuis van zo groot belang was voor de volksgezondheid dat rentabiliteit geen rol mag spelen. Dan moet de gemeente of de rijksoverheid maar subsidie verlenen. Daarop kwam Maring met de mededeling dat het badhuis een jaarlijks tekort heeft van f 7000,-. De tariefsverhoging zou dat tekort niet opheffen: de geschatte opbrengst is f 2000,-. Er wordt dus al flink gesubsidieerd. Hij verdedigde nog eens het voor-stel van B&W.
Haagsma stelde dat de lagere tarieven op woensdag en donderdag voor handarbeiders geen zin hebben, omdat zij juist op zondag schoon willen zijn. Hij stelde tevens voor de kolen die nodig zijn voor het verwarmen van het badwater op een goedkopere manier in te kopen.
Marring verdedigde nogmaals de plannen van B & W en stelde dat alles duurder werd, dus ook het badhuis.
Zo werd er nog wat gepraat, Schuster deed nog het voorstel op zater-dagmiddag het badhuis niet open te stellen voor kinderen om aldus de drukte wat te verminderen, maar uiteindelijk werd het gehele plan aanvaard. Alleen de fractie van de C.P.N. stemde tegen.

Pikant aan de vergadering was de interpellatie van Striezenau die wil-de weten of het juist was dat de directeur van de gemeentewerken een aantal werknemers had ondervraagd over hun politieke voor-keur. Aangezien de gemeente het rijksbeleid inzake de onverenig-baarheid van ambtenaarschap en lidmaatschap van communistische organisaties nog niet heeft overgenomen, liep de directeur naar zijn mening ten onrecht vooruit op de zaken en was er dus sprake van intimidatie. Hij wenste dat B&W maatregelen nemen om herhaling van dit soort kwesties te voorkomen. Mevrouw Börchers-Vos en de heer Haagsma steunden het pleidooi van de heer Striezenau. B&W wilden het handelen van de directeur niet veroordelen, maar men gaf toe geen opdracht te hebben verstrekt tot het horen van ambtena-ren. Maring en Folkringa betreurden de gang van zaken.

dinsdag

6 februari 1952

Ik ben geen communist. Als ik al iets ben, dan ben ik een sociaal-de-mocratische anarchist, zoals de meeste linkse Winschoters. Dus wat de regering nu op stapel zet, gaat mij veel te ver. Men wil mensen die lid zijn van de C.P.N., de Arbeidersbond voor Cultuur, het Algemeen Nederlands Jeugdverbond (A.N.J.V.), de Nederlandse Vrouwenbewe-ging of de Eenheidsvakcentrale (E.V.C.) uitsluiten van posities bij de rijksoverheid, en men dringt er op aan dat lagere overheden dat beleid overnemen. Men formuleert het natuurlijk andersom - ambte-naren mogen geen lid zijn van die organisaties - maar het komt op hetzelfde neer.
Minister-president Drees repliceerde alle kritiek van C.P.N.-zijde met opmerkingen over het gebrek aan vrijheid in Rusland, de communis-tische staatsgreep in Tsjecho-Slowakije en de gevangenneming van ambtelijke spionnen in Engeland, Canada en Zweden. Hij weigerde in te gaan op de vraag of er bewijzen waren van communistische com-plotten tegen de Nederlandse overheid. Zoals altijd gebeurde dat met een beroep op de veiligheid van het land: "Het zou dwaas zijn onze bronnen bekend te maken".
Van de tweede kamer wordt verwacht dat zij instemt met maatrege-len die volgens de regering noodzakelijk zijn zonder dat diezelfde regering enig bewijs levert voor die noodzakelijkheid.
De K.V.P. ging het echter nog niet ver genoeg: zij vroeg de regering ook een oogje te houden op de "vredesbeweging" en de "derde weg". De motie Wagenaar, waarin het regeringsbeleid wordt veroordeeld, werd verworpen met 7 tegen 62 stemmen. Voor was de C.P.N.
Wat betekent dit nu? Twee dingen: als ambtenaar heb je geen vrije keuze van partij of vakbond; als lid van een van de genoemde organi-saties kun je geen overheidsfunctie krijgen. Beide consequenties lij-ken me in strijd met wat in een vrij land mogelijk moet zijn.
Over vrij land gespreken: het lijkt erop dat de eenheid van Europa, het ideaal van Napoleon en Hitler, op een andere manier toch door-gang zal vinden. Ik heb geen idee van de gevolgen voor Nederland, maar in het plan Schuman, genoemd naar de Franse minister van Buitenlandse zaken die het idee naar voren bracht, wordt gestreefd naar Europese samenwerking op het gebied van de productie van kolen en staal. Men spreekt dan ook van een Europese gemeenschap voor kolen en staal. Het bijbehorende verdrag is vorig jaar onder-tekend. De meeste politici zien er geloof ik een experiment in dat bij succes kan worden uitgebreid met samenwerking op het gebied van landbouw en verkeer. Misschien niet zo'n gek idee. Dan zullen Frank-rijk en Duitsland eindelijk geen opponenten meer zijn, maar partners. Maar het lijkt me dat Europa dan nog een lange weg te gaan heeft. Het verdrag heeft dan ook een geldigheidsduur van 50 jaar!
Wat die vrijheid betreft komt het me voor dat de controle op zo'n boven-nationale organisatie goed geregeld moet worden, zeker als de samenwerking aanvankelijk alleen op economisch vlak ligt. Het ge-brek aan politieke organen kan dan makkelijk leiden tot een soort dic-tatuur van de bazen. En daar zitten we niet op te wachten. Zo gezien vormt de Europese samenwerking dus een gevaar. Maar een politieke of zelfs staatkundige eenheid van Europa lijkt me iets dat in de verre, verre toekomst ligt.

maandag

1 februari 1952

De werkloosheid is hier nog steeds hoger dan gemiddeld in Neder-land. Zonder overheidsingrijpen zal die situatie niet verbeteren.
De regering heeft aan de matrassenfabriek hier al een extra opdracht gegeven om te voorkomen dat er mensen ontslagen moesten worden. Maar dat is slechts een druppel op een gloeiende plaat. De werkloos-heid groeit. In 1950 was het 5,8 % tegen een landelijk gemiddelde van 2,5 %. Vorig jaar steeg de werkloosheid met 2,3 %.
Toch is hier werk genoeg te doen. Er is bijvoorbeeld een grote behoefte aan nieuwe wegen en aan verbetering van het bestaande wegennet. Het is juist dit ontbreken van goede verbindingen die het voor bedrijven onaantrekkelijk maakt zich in Oost-Groningen te vestigen. Ook de scheepvaartverbindingen zijn bepaald niet optimaal.
Het gebrek aan werk leidt tot vertrek uit Winschoten. Zo zijn vorig jaar 12 gezinnen naar Alblasserdam vertrokken omdat de mannen daar werk vonden bij de Nederlandse Kabelfabrieken. Ze kregen daar ook onmiddelijk een nieuwe woning toegewezen.
Er zijn ook mensen vertrokken naar Limburg om daar in de mijnen te gaan werken. (Er is overigens nog maar kolen voor 73 jaar. Daarna moeten we overschakelen op iets anders. In Zuid-Drente en in het noorden van Overijssel is men daarom op zoek naar aardgas. Aard-olie wordt in Drente natuurlijk al in beperkte mate gewonnen, maar dat zal nooit voldoende zijn om de behoefte te dekken. Men verwacht ook dat over vijftien jaar electriciteit gewonnen zal kunnen worden uit kernenergie.)
Tenslotte is er sprake van emigratie naar Australië, Canada en Zuid-Afrika. De cijfers daarover zijn niet bekend, omdat de meesten op eigen gelegenheid vertrekken. Maar je begrijpt dat emigratie geen oplossing is voor de problemen van Oost-Groningen.

zondag

15 januari 1952

Voor de statistiek: Winschoten is vorig jaar gegroeid met honderd personen. Op 31 december 1951 waren er 7.864 mannen, 8.104 vrou-wen, totaal 15.968. Daarvan zijn er geboren in 1951: 155 jongens, 128 meisjes. Overleden: 69 mannen en 61 vrouwen. Vestiging in de ge-meente: 341 mannen, 460 vrouwen. Vertrek: 407 mannen, 447 vrou-wen. Er trouwden in Winschoten 109 echtparen; 6 echtparen lieten zich scheiden.
Er komt geen dieseltractie op het baanvak Groningen - Winschoten. Men blijft nog een tijd werken met stoomlocomotieven.
De koffie is niet langer op de bon. Daarmee komt de levensmiddelen-distributie eindelijk aan zijn eind. De maximum koffieprijs is nu f 2,04 per half pond. Dat is 12 cent meer dan voor het vrijgeven van de koffie.
Tenslotte Potasch en Perlemoer. Dat oude stuk wordt nu weer op de planken gebracht door Johan Kaart en Johan Boskamp. Het gaat over twee joodse textielhandelaren die samen een bedrijf hebben. Hoewel ze elkaar voortdurend in de haren zitten - fouten worden de ander aangewreven, successen worden voor zichzelf opgeëist - zijn het dikke vrienden die elkaar met gevoel voor humor door moeilijke tijden heen helpen. Er wordt in het stuk veel jiddisch gesproken, maar dat was volgens de krant hier in Winschoten geen probleem: veel van de typisch joodse gein werd prima begrepen. Het is een stuk uit een tijd die we nooit zullen en kunnen vergeten. Aldus de Winschoter Courant.

zaterdag

3 october 1951

Het eerste Nederlandse televisieprogramma is een feit. De Nederland-se Televisie Stichting (gezamenlijk programma) heeft gisteravond van kwart over acht tot kwart voor tien het toneelstuk De Tover-spiegel van Willy van Hemert, Peter Koen en Evert Werkman uitge-zonden. De staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap-pen, dhr. Cals, verrichte de officiele opening en prof. dr. ir. Halberts-ma legde daarna uit hoe televisie werkte.
Ik heb het uit de krant want ik heb geen televisie.
De acteurs waren Albert van Dalsum, Ank van der Moer, Johan de Meester, Hetty Blok, Ad Hooykaas en de elf jarige Louis Bouw-meester. Omroepster was de Amsterdamse journaliste Jeanne Roos.
Als je hoort hoe het in Amerika toegaat met de televisie, ook wel teevee (tv) genaamd, dan reizen je de haren ten berge. Als het buiten nog licht is moet men eigenlijk, om het beeld goed te kunnen zien, de gordijnen deels sluiten zodat het een beetje schemerig wordt. Maar in Amerika kijkt men niet alleen overdag, maar ook 's avonds en vaak tot diep in de nacht. Men heeft ruzie over waar naar gekeken moet worden: de moeder wil een serie zijn, de vader sport, en de kinderen de kinderprogramma's. Om dat allemaal mogelijk te maken moet men vaak bij buren of vrienden gaan kijken. Men zit daar dan rond de televisie en wee degene die een woord spreekt.